In een cv-ketel zitten gassen die een 1mans onderzeeboot met een krachtige knal de ruimte in kunnen schieten, zei Professor Wasvervrachtwagen. Coen krabte op zijn half-kale kruin. Hij klopte zijn pijp leeg en zei tegen de professor: Allee, we doen het. Tis een gokje, maar als het ons meezit zal het deze keer niet mislukken.
“Goed”, zei de professor, en hij startte de CV-Ketel. Met een drafje ging de CV-ketel er vandoor. Kataklop. Tijdens ernstige beschadigingen van de stijgbeugel en slakkenhuis in de wand van zijn oor stortte Coen zich op de ketel. Alsof het de laatste dag van zijn leven was vloog Coen Laude richting de planeet: Apenplaneet.
‘Op deze planeet bevinden zich louter!’ zei Coen na enkele inboorlingen te hebben verkracht en vermoord. Zijn co-piloot Winston Hoorspel keek even snel in zijn planetarium-opzoek-boekje om vervolgens te concluderen dat op de apenplaneet helemaal geen louter bevinden. Daarop sloeg hij zijn vingers over mekaar in afwachting van Coen’s bril. ‘Nonsens, zei Coen, hier bevinden zich louter louter, louter! Louter. Louter? Louter,,, Kittelaar. Penis. Lul.
Waar heb ik mijn bril toch gelaten. Coen schreeuwde dit in louter taal: Ji’Gill An Kiergel?! Na enkele minuten brak de hel los op apenplaneet. Van heinde en verre kwamen allerlei sterren in hun McLarens de weg versperren. Maar voordat Coen besefte wat er gaanded was explodeerde er een enorme puzzel midden in zijn gezicht.
[12 januari, 1234 RW]
Coen werd wakker. Hij keek eens om zich heen en wist zich al snel een nieuwe pyama op de kop te tikken. Hij sprong uit zijn bed en trippelde naar buiten om van het lekker warme zonnetje te genieten. Bij de groenteman kocht Coen enkele sappige asperges en schorseneren en hij liep terug naar huis om ze in de koninginnesoep te stoppen. (let op: nu komt er een gewelddadig stukje zinloos geweld) Plots werd hij aangesproken door een zwerver: “U loopt over het voetpad”. Coen was niet gediend van dergelijk commentaar en sloeg de zwerver pardoes al zijn landjes uit zijn deck. Vervolgens schopte hij de zwerver met zijn legerkisten in de Oosterschelde, om daarna met een baksteen zijn beide aardappelschijfjes te verbrijzelen. Met zijn dubbelloopse Dobermann knalde hij uiteindelijk zijn kutkop aan barrels om het karwei af te maken. Coen houdt ervan om zwervers te vermoorden.
Na deze strubbelingen zette Coen alles nog even op een rijtje. Hij keek in zijn schuur en hij zag zijn oude vertrouwde space-unit staan naast zijn spatel-unit. (Let op: Met een beetje geluk kon Coen morgen zijn kruipolie onder zijn oksels vandaan krabbelen & pielen). Hij trok zijn koperen hoerentuutje aan en begaf zich richting Halfords om enkele onderdelen voor zijn space-unit te vergaren. Hierna was Coen klaar voor vertrek. Hij deed nog even de postbode in de vaatwasser en liep toen met zijn Space-Unit richting opstijgunit om huiswaarts te keren.
De welhaast antieke space-unit had veel moeite met opstijgen en belandde bij de eerste poging dan ook via de brandnetels en de muziekschool, halverwege de stadsmuur in de met vlinders doordrenkte Peter*. De tweede poging resulteerde net als de derde in een onthutsende perenlawine. Maar de vierde poging was uiteindelijk succesvol, Coen lanceerde zichzelf richting aarde alwaar de afwas inmiddels torenhoog op hem stond te wachten. Zijn vrouw, Mathilda Quinquagenarian, stond zich net te vingeren toen Coen met een bos woudreuzen het huis binnen kwam denderen. Hij verpletterde hierbij een aantal van zijn pasgeboren kinderen en stak perongeluk zijn lul in de fik waarna het hele zooitje inclusief vrouw en kinderen tot op het bot toe afbrandde. Coen was derhalve alleen en besloot het restant van de avond nuttig te besteden door zijn vakantiefoto’s na al die jaren eindelijk eens op te drinken.
[FIN]
* De met vlinders doordrenkte Peter: Persoon met een respectabele hoeveelheid vlinders in zijn directe nabijheid. Draagt de naam Peter. Moeha!
VARA's Lectuurhoek, Verhalen
coen laude, ji'gill an toorop, professor wasvervrachtwagen, vlinders, winston hoorspel