Het eiland Redville is één van de negen eilanden binnen de Boncamp-archipel in het midden van de Stille Oceaan. Het is een droevig eiland. De enige bebouwing op Redville bestaat uit een aantal vervallen betonnen bunkers uit de Tweede Wereldoorlog die nu dienst doen als woningen voor een dertigtal inheemse vissers. Daarnaast ligt er midden op Redville een landingsbaan die eveneens tijdens die oorlog werd aangelegd, maar nog zelden gebruikt wordt. In tegenstelling tot andere eilanden binnen de Boncamp-archipel bezit Redville geen palmen, geen koraal en geen noemenswaardige fauna. Cruiseschepen mijden het en geen bioloog peinst erover om het te bezoeken. Redville is het lelijke eendje uit de familie. Ironisch genoeg zou een daadwerkelijk lelijk eendje een waardevolle toevoeging zijn aan de fauna op het eiland.
Het eiland werd door de oorspronkelijke Polynesische bewoners Nokoknoko genoemd, dat ‘steenpuist’ betekent. In 1864 kreeg het echter de naam Rotthausenland, naar de eerste blanke man die het bezocht; de Oostenrijker Albrecht Rotthausen. Deze was tot dan toe een gedreven, maar weinig succesvolle ontdekkingsreiziger. Albrecht was na het overlijden van zijn welgestelde vader in het bezit gekomen van een fortuin, dat hij, tot afgrijzen van de rest van de familie Rotthausen, verbraste aan omvangrijke expedities. Tijdens een wederom weinig succesvolle poging het gezonken continent Lemuria te ontdekken strandde Rotthausen en zijn bemanning na een hevige storm op de kale rots Nokoknoko. Rotthausen was diep teleurgesteld na de zoveelste mislukking en begon hysterisch te huilen en schreeuwen. De lokale bevolking verwarde zijn emotionele tirade echter met goddelijke macht en kroonden hem tot koning. Enkele weken genoten hij en zijn bemanning van vrije seks, onbeperkte zon en gratis krab. Rotthausen zelf kon de persoonsverheerlijking bijzonder waarderen, maar zijn bemanning had na tientallen onsuccesvolle expedities schoon genoeg van het superioriteitsgevoel van hun kapitein en eisten financiële compensatie. Rotthausen ging na een verhitte discussie akkoord met een terugkeer.
Het schip werd opgeknapt en na aankomst in Australië verkocht Rotthausen het desolate eiland aan de Verenigde Staten voor een bedrag van 1800 dollar, waarmee hij zijn verongelijkte bemanning afbetaalde. Ogenschijnlijk deed Rotthausen het eiland voor een habbekrats van de hand, maar in werkelijkheid had de Oostenrijker zijn levensdoel op dat moment gerealiseerd. Vanaf zijn prille jeugd was kleine Albrecht gefascineerd door landkaarten en globes en zijn stille wens was ooit een plaats op de wereldbol naar zichzelf te vernomen. Zoals Hudson, Tasman en Bolivar dat hadden gedaan. Tijdens zijn korte aanwezigheid op Rotthausenland had Rotthausen elke spelonk, elke baai en elke kronkeling in het landschap zijn naam gegeven en gedocumenteerd. Zo was er een Rotthausenmoeras, een Rotthausenplantsoen en zelfs een Bos van Albrecht dat, vanwege gebrek aan bomen, uit niet meer dan zes struiken bestond. Toen Albrecht Rotthausen negen jaar later uit de Wiener Zeitung vernam dat de Amerikanen het eiland en al haar locaties omdoopten in Redville stikte hij in een krakeling, waarna hij overleed. De enige plek op Redville die tegenwoordig nog aan hem herinnert is de plek waar Rotthausen in 1864 voet aan wal zette; de Rotthausenpunt. De inwoners van Redville gebruiken het nu als afvalberg.


Google translate:
Nederlands: Steenpuist
Polynesisch: Mendihd’n
Voor de rest, een goed stukje duiding. Meer van dit.
ja, dan heb je t over modern-polynesisch.
Witte-boekjes-polynesisch-nazi